Uitgangspunten bij fase 2: introduceren

De introductie fase is bedoeld om leerlingen enthousiast te maken voor het onderwerp en vervolgens gericht hun voorkennis te laten inventariseren. In een aantal stappen kan de leerkracht de leerlingen begeleiden om hun voorkennis op te roepen, vast te leggen, uit te wisselen, te ordenen en tot klassenmindmap te structureren. 

In het scenario zijn een aantal opties ingebouwd die in praktijk hun meerwaarde hebben bewezen. Zo kunnen leerkrachten na de eerste uitwisseling in stap 3, leerlingen vragen hun eigen voorkennis in een mindmap vast te leggen. Na stap 5 kan de leerkracht de leerlingen ondersteunen bij het identificeren van kernconcepten door deze met de kernconcepten uit de leerkrachtmindmap te laten vergelijken. Na de vorming van de klassenmindmap zijn er mogelijkheden om deze collectieve kennis samen met de leerlingen nader te verkennen. 

Overigens kunnen vrijwel alle stappen in deze fase meer of minder leerlinggestuurd worden ingevuld door de leerkracht afhankelijk van de doelgroep en mogelijkheden qua tijd. 

Stappen binnen fase 2

Activeren voorkennis


Aansprekende introductie van onderwerp

Het doel van de introductie is de onderzoekende houding van leerlingen te prikkelen en hun voorkennis over de kernconcepten te activeren.

Gekozen beeldvormers dienen de belangrijkste aspecten van kernconcepten aan te stippen en op te roepen tot nieuwsgierigheid.

Tips

Noteren voorkennis



Door leerlingen zelf hun associaties te laten noteren, krijgt elk kind de kans om eerst zelf na te denken over wat hij of zij associeert met het onderwerp.

Door elke associatie op een losse post-it te noteren, kunnen deze gemakkelijk later worden verplaatst en geordend.

Tips

Uitwisselen van voorkennis


Uitwisselen post-its

Leerlingen gaan nu één voor één hun post-its inbrengen en vertellen wat dit woord met het onderwerp te maken heeft. Andere leerlingen mogen vragen stellen.

Als andere leerlingen hetzelfde woord hebben, mogen ze die erbij leggen, maar dan moeten ze wel hun associatie erbij verwoorden (die best wel eens anders kan zijn!).

In het (groeps)gesprek is elke bijdrage welkom, mits onderbouwd hoe de inbreng van de leerling bij het onderwerp past. Doordat leerlingen hun ideeën uitwisselen, wordt eventueel passieve voorkennis geactiveerd: “Oh, ja dat weet ik ook”.

Tips

Inventariseren individuele voorkennis


Leerlingmindmap voorkennis

Na de eerste uitwisseling mogen leerlingen een individuele mindmap maken om
- zicht te krijgen op individuele voorkennis
- mogelijke onderwerpen voor leervragen te ontdekken
- na afloop van het scenario individuele leerontwikkeling vast te stellen.

Tips

Clusteren


Post-its inbrengen

Leerlingen zullen vaak al spontaan in de uitwisselingsfase woorden bij elkaar gaan leggen. Mocht dat niet zo zijn, moedig leerlingen dan aan om te onderzoeken welke woorden bij elkaar horen en laat ze benoemen waarom zij dat vinden.

Tips

Benoemen kernconcepten


Post-its kernconcepten toevoegen

Als de clusters zijn gevormd, is de volgende stap om deze clusters een naam te geven. Hiermee vraag je in feite naar de kernconcepten die ordening bieden binnen het onderwerp.

Soms is één van de woorden die in het cluster liggen geschikt als kernconcept, soms moet er een ander woord gevonden worden dat een passende naam geeft aan het cluster.

Tips

Vergelijken met leerkrachtmindmap



In de vorige stap kunnen de tafelgroepjes met allerlei namen voor clusters komen, maar om tot een gezamenlijke klassenmindmap te komen, kan die diversiteit lastig zijn.

Om tot een gezamenlijke klassenmindmap te komen, kan de leerkracht voorstellen om eens te kijken hoe de kernconcepten van de leerlingen passen bij de kernconcepten uit de leerkrachtmindmap.

Tips

Uitwerken mindmaptakken


Kernconcepten uitwerken

De clusters vormen de grondstof voor het vormen van mindmaptakken.

In een mindmaptak worden de begrippen verder geordend en worden naast kernconcepten op de hoofdtak andere orderingsconcepten op subtakken gebruikt.

Door op elke mindmap tak één woord te gebruiken, dwing je leerlingen om na te laten denken over hoofd- en bijzaken en een hiërarchische ordening aan te brengen.

Tips

Samenvoegen


Kernconcepten vormen klassenmindmap

Deze klassenmindmap wordt de leidraad voor het onderwijsthema en de kapstok waaraan leerlingen hun eigen leervragen gaan koppelen.

De klassenmindmap kan digitaal of (groot = A0) op papier worden gemaakt.
De digitale variant is eenvoudig aan te vullen en aan te passen. De papieren versie is altijd zichtbaar, maar lastiger aan te passen en kost veel tijd om te maken.

Tips

Verkennen van begrippen


Verkennen klassenmindmap

De klassenmindmap is de weergave van de gezamenlijke voorkennis, maar niet alle begrippen zullen bij alle leerlingen bekend zijn.

Daarom kun je leerlingen eerst de kans geven om de begrippen, die zijn opgenomen in de klassenmindmap, nader te verkennen in diverse bronnen: boeken, computers, atlassen, woordenboeken etc. Leerlingen kunnen dan opvallende feiten of omschrijvingen toevoegen als notities aan de klassenmindmap: “Wist jij (al) dat……?”

Tips